Soorten meloen herkennen: cantaloupe, galia, honing- en watermeloen

Vier meloenen die u in de winkel het vaakst tegenkomt
In Nederlandse winkels liggen doorgaans vier soorten meloen naast elkaar: cantaloupe, galia, honingmeloen en watermeloen. De eerste drie behoren, samen met vele andere rassen, tot dezelfde soort (Cucumis melo) en verschillen vooral in schil, vruchtvlees en zoetheid. De watermeloen (Citrullus lanatus) is botanisch een andere soort, herkenbaar aan het overwegend waterige, knapperige vruchtvlees in plaats van het zachtere, aromatische vruchtvlees van de andere drie.
Cantaloupe: geribbeld en oranje vanbinnen
De cantaloupe heeft een grijsgroene tot beige schil met een duidelijk geribbelde of licht genette structuur, alsof er een fijn net overheen ligt. De vrucht is rond tot licht ovaal en weegt gemiddeld tussen de één en anderhalve kilo. Het vruchtvlees is opvallend oranje, zacht en sappig, met een zoete, aromatische smaak die vaak als de meest uitgesproken van de meloensoorten geldt.
De naam cantaloupe wordt in de praktijk voor twee licht verschillende typen gebruikt: de Europese cantaloupe met een gladdere, geribbelde schil, en de Noord-Amerikaanse muskmeloen met een fijner genet oppervlak. In Nederlandse supermarkten is het de eerste variant die u meestal aantreft.
Galiameloen: een kruising met een kurkachtige schil
De galiameloen is een kruising tussen de cantaloupe en de honingmeloen en combineert kenmerken van beide. De schil is geelgroen tot lichtbeige met een grove, kurkachtige netstructuur, ronder van vorm dan de cantaloupe. Het vruchtvlees is lichtgroen, sappig en zoet, met een iets mildere smaak dan de cantaloupe maar zoeter dan de meeste watermeloenen.
Omdat de galia een dunnere schil heeft dan de honingmeloen, is hij iets kwetsbaarder in transport en bewaring, wat verklaart waarom hij vaker in kleinere kratjes wordt aangevoerd.
Honingmeloen: glad, geel en het zoetst
De honingmeloen, ook wel suikermeloen of gladde meloen genoemd, onderscheidt zich meteen door de gladde, waxachtige schil zonder netstructuur. De kleur loopt van crèmewit tot geelgroen en de vorm is meer ovaal, met een vorm die aan een rugbybal doet denken. Het vruchtvlees is lichtgroen tot wit en geldt over het algemeen als de zoetste van de vier meloensoorten, met minder uitgesproken aroma dan de cantaloupe maar een hoger suikergehalte.
Door de dikke, stevige schil is de honingmeloen relatief goed te bewaren, vaak enkele weken langer dan een cantaloupe of galia bij kamertemperatuur.
Watermeloen: een andere plantensoort
De watermeloen wijkt het meest af. De schil is glad en donkergroen, vaak met lichtere strepen, en de vorm is rond tot ovaal en aanzienlijk groter dan die van de andere meloensoorten; hele vruchten van vijf tot tien kilo zijn heel gewoon. Het vruchtvlees is fel roze tot rood (met uitzondering van gele rassen), erg waterrijk en knapperig, met een frisse, minder geconcentreerde zoetheid dan cantaloupe of honingmeloen.
Omdat een watermeloen voor het grootste deel uit water bestaat, is hij ook het minst geschikt om lang te bewaren zodra hij is aangesneden: bewaar aangesneden watermeloen afgedekt in de koelkast en gebruik hem binnen enkele dagen.
Hoe herkent u een rijpe meloen?
De controle verschilt licht per meloensoort: - Cantaloupe en galia: druk voorzichtig bij de steel. Geeft de schil daar iets mee en ruikt de vrucht zoet, dan is hij rijp. Bij een cantaloupe laat een rijpe vrucht de steel bovendien makkelijker los. - Honingmeloen: let op de kleur, die bij rijping van groenig naar geler verschuift, en op een lichte, zoete geur bij de steelaanzet. - Watermeloen: kijk naar de grondvlek, de plek waar de vrucht op de grond heeft gelegen. Is die geel, dan is de meloen rijp; is de vlek wit of ontbreekt hij, laat de vrucht dan liggen. Klop er ook op: een rijpe watermeloen geeft een diepe, holle klank, terwijl een onrijpe vrucht hoger en doffer klinkt.
Bij alle vier soorten geldt: een rijpe meloen voelt voor zijn grootte relatief zwaar aan, doordat het vruchtvlees vol sap zit.
Zoetheid op een rij en het seizoen
Wilt u weten welke meloen het zoetst is, dan is de volgorde doorgaans: honingmeloen het zoetst, gevolgd door cantaloupe, dan galia, met watermeloen als minst zoet door het hoge watergehalte. Dat neemt niet weg dat een goed rijpe watermeloen op een warme dag nog altijd verfrissend zoet kan smaken.
Het Nederlandse aanbod van cantaloupe, galia en honingmeloen bestaat vrijwel volledig uit import, met Spanje, Frankrijk, Marokko en Brazilië als belangrijke herkomstlanden, met een piek in de zomermaanden. Watermeloen is doorgaans van mei tot in september volop verkrijgbaar, met het grootste aanbod in juli en augustus wanneer ook Spaanse en Griekse oogsten hun hoogtepunt bereiken. Wie meer wil weten over hoe herkomst de smaak van geïmporteerd fruit beïnvloedt, vindt aanknopingspunten in herkomst en seizoen van de mango.

